150 jaar Gereformeerde kerk Yerseke 150 jaar Gereformeerde kerk Yerseke

De beginjaren van de negentiende eeuw vertonen bijzondere activiteit op kerkelijk gebied. De invloed van de vrijzinnige theologie – de zogenaamde Groninger richting – was sterk toegenomen. Gevolg was dat in de kerk meer en meer het ontbreken van rechtzinnige verkondiging van Gods Woord werd gevoeld. Kerkgang betekende in deze situatie: geen geestelijke voeding meer ontvangen.
Nu men in de kerk niet kreeg wat men nodig had, begon men “gezelschappen” te vormen. In plaats van de officiele kerkdiensten bij te wonen, kwam men bijeen in een woonhuis. Daar hield men een samenkomst  waar één der broeders voorging en de leiding had. Ze baden en zongen; ze behandelden een gedeelte uit Gods Woord. Zo werd dit ‘gezelschapsleven’ een vervanging voor de kerkdienst.
In deze geestelijke toestand komt in het eerste kwart van de negentiende eeuw meer en meer beweging. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot! In oktober 1834 wordt de Afscheiding een feit. De kerkenraad van Ulrum en zijn predikant, ds. Hendrik de Cock, scheiden zich af van de Nederlandsche Hervormde Kerk.
Ook in Zeeland wordt geluisterd naar en gesproken over de Afscheiding. In Zeeland komt het daardoor in 1836 ook tot deze stap.  De ene plaats wat eerder, de andere wat later, zag binnen zijn grenzen een Christelijke Afgescheiden Gemeente ontstaan.
Na deze globale schets van de godsdienstige situatie, richten we ons nu op Yerseke. Want ook in Yerseke ontstond “een gezelschap”. Eerst kwam men bijeen bij Paschier Kosten, in de Lepelstraat.    Toen zijn woning te klein werd, zocht men een andere, ruimere vergaderplaats. Die vond men in de Vierstraat dit keer. Maar ook dit is niet genoeg. Men kan gaan denken aan “een kerkruimte”.
De gecombineerde gemeente van Kruiningen en Yerseke neemt geleidelijk in ledental toe. De leden in Yerseke willen ook een zelfstandige gemeente Yerseke vormen. Die mogelijkheid komt er. Cornelis Sinke en zijn zoon Joost bieden een flink perceel grond aan. Het gaat om een perceel van 13 roeden en 18 ellen grond in de Kakeldans. Het plan is daarop een kerkgebouw te stichten.
Nù maakt Yerseke nog deel uit van de Christelijke Afgescheiden Gemeente van Kruiningen en Yerseke. Maar dan is toch de tijd gekomen om ook in Yerseke tot een zelfstandige gemeente te komen. Met bekwaamheid en volharding wordt gewerkt aan een geheel nieuw kerkgebouw. Dat komt tot stand op het aangekochte perceel “op ’t Hoeksje”.  Nòg altijd maken de Yersekse leden deel uit van de Afgescheiden gemeente van Kruiningen en Yerseke. Wel zijn er daarom 2 ouderlingen en 2 diakenen uit Yerseke in de gezamenlijke kerkenraad opgenomen.
Nu gaat het stap voor stap naar een zelfstandige gemeente. Voor het nieuwe kerkgebouw wordt in het voorjaar van 1865 de eerste steen gelegd. Nòg is Yerseke geen zelfstandige gemeente. Maar het streven blijft daar wel op gericht. Besprekingen brengen helderheid. Diverse zakelijke afspraken worden gemaakt. Ds. Jonkman zal predikant van Kruiningen blijven en tevens consulent voor Yerseke, zo lang daar geen predikant is.
Dan wordt het donderdag 18 oktober 1866, nu dus 150 jaar geleden. In het pas gebouwde kerkje aan de Damstraat komen de leden van de Christelijke Afgescheiden Gemeente van Yerseke samen voor een bidstond om de HEERE te danken voor deze zegen van een eigen kerkgebouw. En te smeken om ’s HEEREN zegen voor de nieuwe gemeente. Dan worden de ambtsdragers gekozen 2 ouderlingen: Joost Sinke en Jacobus van den Boomgaard, en 2 diakenen: Jan Molhoek en Leendert Nieuwenhuize. Daarmee was de instituering van de Gemeente van Yerseke een feit.
Als we het 150 jaar oude Notulenboek open slaan, lezen we deze openingszin: “De HEERE heeft grote dingen bij ons (en aan ons) gedaan; dies zijn wij verblijd” Het is een aanhaling van de woorden uit Psalm 126 vers 3.
Het geeft aan dat men de stichting van onze gemeente ten diepste ervoer als Gods werk. Men was blij en dankbaar dat Hij dit alles had mogelijk gemaakt. In de jonge, zelfstandige gemeente wordt nu nog één ding gemist: Men heeft nog geen predikant! Maar diaken Jan Molhoek kreeg van de kerkenraad de toestemming om in de diensten voor te gaan, omdat hij buitengewone gaven daartoe bleek te bezitten. Maar daar bleek ook nog een andere drempel. Er was nog geen pastorie! De kerk moet de (eventuele) predikant een fatsoenlijk onderdak kunnen bieden.
Er worden geen halve maatregelen genomen. Naast de kerk wordt een eenvoudige, geschikte woning gebouwd. Predikanten worden beroepen, maar de één na de ander bedanken zij. Eindelijk, 2 juli 1871, dus pas na 5 jaren, krijgt Yerseke een eigen predikant. Ds. J.A. Donker, uit Noordwijk. Hij nam het op hem uitgebrachte beroep aan.
Maar de vreugde is van korte duur. Er worden “praatjes” rondgestrooid, die ds. Donker in een kwaad daglicht stellen. Om kort te gaan: slechts 2 jaar is hij predikant van Yerseke geweest. Dan wordt hij ontslagen. Tot 15 oktober 1873 mag hij nog in de pastorie blijven wonen. Doordat ds. Donker een beroep naar Doesburg kreeg en aannam, kon hij op een eervolle wijze vertrekken.
Na het vertrek van ds. Donker worden in tien jaar tijd ook ruim tien beroepen uitgebracht. Allemaal tevergeefs. Toch was de gemeente niet onverzorgd. Diaken br. Jan Molhoek bleek bijzondere gaven te hebben voor het leiden van kerkdiensten. En dat ook nog “alles uut de bolle”. De kerkenraad verzocht hem zelfs preekconsent als `oefenaar` te vragen. En later nog een stap verder: naar art. 8 van de kerkorde examen doen om predikant te worden. Toen hij echter door de classis werd afgewezen, gaf hij het op. Een aantal jaren later emigreerde hij naar Noord-Amerika.
Na een reeks van uitgebrachte, maar niet aangenomen beroepen, werd eindelijk de vacature vervuld. Ds. P. van Vlaanderen uit Westmaas nam het beroep aan. Hij bleek iemand te zijn die krachtig en duidelijk leiding wist te geven. Dat bleek nodig! Opnieuw krijgt het kerkgebouw van de gemeente de aandacht. Het blijkt al jaren te klein. Op zich geen slecht teken. Maar het vraagt wel aktie! De plannen voor de nieuwe kerk vragen nu de aandacht. Het te kleine kerkje wordt afgebroken en op dezelfde plaats wordt een volledig nieuwe en grotere kerk gebouwd. (= onze kerk zoals die nu is).   Deze was in 1886 gereed.
Ds. P. van Vlaanderen was een goede predikant. Maar ook hij had zijn zwakke punten. Het was niet verstandig om zich te mengen in het Yersekse zakenleven (oesterteelt!). In oktober 1889 vertrok hij naar Noord Amerika.
In 1907 werd besloten een nieuwe pastorie te bouwen. Na afbraak van de oude werd op dezelfde plaats de nieuwe, grotere pastorie gebouwd. In 1908 is deze gereed. In 1918 wordt de wens geuit een orgel in de kerk te hebben. Dat komt er. Aan de heer A.S.J. Dekker, te Goes wordt de opdracht gegeven voor de bouw en plaatsing van het orgel. Dat is in 1920 gedaan. Het betekende dus het einde van de “voorzangers”, die tot dan toe de gemeente in de lofzang voor gingen.
Predikanten volgen elkaar op.  Afgewisseld met kortere of langere perioden van vacant zijn. Zo was ds. B. Meijer gedurende 14 jaar werkzaam als predikant van Yerseke. Hij is ook de enige predikant die te Yerseke is overleden. We kunnen in de korte tijd die ons deze middag gegeven is, niet alles tot in bijzonderheden vermelden. Wel vermelden we nog de predikanten die het langst aan onze kerk verbonden waren: ds. J.E. Booij, die de gemeente 20 jaar diende, van 1946 tot 1966. De andere predikant die de gemeente zeer lang diende, was ds. G.J. Terlaak, 1968 – 1986.
De gemeente werd in de laatste halve eeuw wel geleidelijk kleiner in ledental. Een voorname reden daarvoor was de “vergrijzing”.
Jongeren verlaten de gemeente voor studie of voor werk. Verhoudingsgewijs neemt het aantal ouderen daardoor toe.
Jubileren houdt in: “kijken naar het verleden”. Wij kijken vanmiddag 150 jaar / anderhalve eeuw terug. Op 18 oktober 1866 is het pas gebouwde kerkje van de “Afgescheidenen” de plaats waar de Christelijke Afgescheiden Gemeente van Yerseke wordt geinstitueerd. Dat is het begin van de 150 jaar. In deze week, op dinsdag 18 oktober 2016 staan wij aan het einde van die 150 jaar.
Als we deze periode overdenken, mogen we niet blijven staan bij het werk van mensenhanden: het kerkgebouw, het interieur, het orgel, de preekstoel. Ook niet bij ander werk door mensen: predikanten, kerkenraden, talloze gemeenteleden, jong en oud. De gemeente is in stand gehouden door het werk des HEREN. Hij heeft kracht gegeven, Hij heeft geloof en roeping gegeven. Dát mogen we vanmiddag met dankbaarheid erkennen. We kunnen – als we zien op de gebreken van onszelf en van onze voorouders – de HEERE danken dat Hij de gemeente heeft bewaard.
Het verslag van de bijzondere dienst in 1866 begint met de aanhaling van Psalm 126 : 3: “De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd”. De schrijver verwoordt daarmee de stemming van die avond. Ze hebben gezien wat er aan vooraf is gegaan. Er is dankbaarheid voor het verkregen resultaat: de bouw van een kerk.
Maar er is ook het grotere toekomstvisioen. Namelijk dat allen die steunen op Gods Woord samen komen, daar waar de HEERE ons samen brengt. Ik dank u voor uw aandacht.
                   (Toespraak gehouden ter gelegenheid van
                               150 jaar Gereformeerde Kerk Yerseke.)


 
 

terug