HET ORGEL HET ORGEL

Eerste orgel
In 1911 bouwde A.S.J. Dekker een orgel voor de Gereformeerde Kerk te Yerseke. Het instrument werd voorzien van 8 stemmen op het klavier en pedaal. Het werd op 8 oktober 1911 in gebruik genomen.
In 1933 werden door de fa. Spiering te Dordrecht de pneumatische membraanladen vervangen door pneumatische kegelladen.
In 1952 werd het Dekker-orgel gerestaureerd door de firma W. van Leeuwen te Leiderdorp en uitgebreid.
Bij de bouw van een nieuw orgel in de oude kas is een gedeelte van het pijpwerk dat niet opnieuw is gebruikt, verkocht aan W. Vreeke te Driewegen. Het pijpwerk kreeg in 1993 een plaats in het Vreeke-orgel in de Dorpskerk te Driewegen.

Huidig orgel
In 1978 werd de bouw van een nieuw orgel voor de Gereformeerde Kerk te Yerseke gegund aan M.C. Tiggelman te Zaltbommel. Het is het eerste instrument dat door hem werd gebouwd. De kas en enkele registers uit het Dekker-orgel werden opnieuw gebruikt. Dit zijn de Subbas 16’ en Octaaf 8’ van het pedaal en de Mixtuur van het hoofdwerk. De Orgelbouw-Advies-Commissie van de Gereformeerde Organistenvereniging begeleidde de bouwwerkzaamheden. Op 14 mei 1982 werd het Tiggelman-orgel in gebruik genomen. 
De dispositie van het Tiggelman-orgel (1982):

Hoofdwerk:
Prestant                8 voet                                                            
Roerfluit                8 voet
Octaaf                   4 voet
Quint                     2 2/3 voet
Octaaf                   2 voet
Mixtuur                  IV-VI sterk
Dulciaan               8 voet

Nevenwerk:
Holpijp                  8 voet
Gedekt                 4 voet
Woudfluit              2 voet
Sesqiualter           II sterk

Pedaal:
Subbas                16 voet
Prestant                8 voet
 
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Nevenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Nevenwerk
 
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g’’’
Pedaalomvang: C-f'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen


Rond 2000 voerde Flentrop Orgelbouw werkzaamheden uit aan de Dulciaan 8’ van het hoofdwerk

    

terug